Mark: "Winkelen toegestaan" (februari / maart 2008)
Meydan shopping mall in Istanbul (Foreign Office Architects)


        

De Meydan shopping Mall van Foreign Office Architects lijkt op het eerste gezicht op een zorgvuldig vormgegeven openbare ruimte, maar schijn bedriegt.

Tekst David Keuning
Foto’s Cristobal Palma

Auto’s die de parkeergarage van het nieuwste gebouw van Foreign Office Architects inrijden, moeten hun kofferbak openen voor inspectie. Bovengronds wachten de bezoekers her en der detectiepoortjes. Camera’s aan de muren verraden een wakend oog. Als ik foto’s begin te maken, komt er meteen een bewaker op me afgebeend die me vriendelijk duidelijk maakt dat dat niet de bedoeling is. En overal, ook op het centrale plein in de buitenlucht, klinkt muziek uit luidsprekers. Bijna hard genoeg om de luide oproepen tot gebed te overstemmen, die om stipt twaalf uur uit de vele minaretten in de omgeving opklinken – maar net niet helemaal.

Het nieuwste gebouw van FOA is geen Amerikaanse ambassade, of een nationaal bankgebouw. Het is een shopping mall in Istanbul, bedoeld om grote hoeveelheden mensen een aangenaam verblijf te bieden en tot kopen aan te zetten. Op het centrale plein bieden brede, langzaam aflopende treden toegang tot het laagst gelegen middelpunt, dat als podium voor openbare optredens kan worden gebruikt. De traptreden doen in dat geval dienst als tribunes. Ze wekken de suggestie van een collectieve ruimte die ordinaire commercie overstijgt. Rondom het plein zijn losjes de winkels gerangschikt, als was het een toevallige bijzaak: een enorme vestiging van supermarkt Real, een Media Markt en een groot aantal kledingzaken. Ook cafés en een grote bioscoop ontbreken niet. Direct aan het complex grenst een Ikea, gehuisvest in een blauwe doos die duidelijk geen onderdeel was van de ontwerpopgave.

De mall is typisch een product van FOA. De golvende daken van het winkelcomplex doen sterk denken aan die van de cruise terminal in Yokohama, het project dat partners Farshid Moussavi en Alejandro Zaera-Polo bij de oplevering in 2002 in architectenkringen in een klap wereldfaam bezorgde. Sindsdien zijn gebouwen die er uitzien als een landschap veelvuldig in hun werk terug te vinden. Ook in het kantoorgebouw in Logroño bijvoorbeeld (zie pagina 148 in dit nummer). Moussavi heeft wel een verklaring voor het succes van de cruise terminal. ‘Af en toe worden architecten voor een belangrijk probleem gesteld, waarvoor iedereen graag een oplossing wiil vinden’, zegt ze na mijn bezoek aan Istanbul over de telefoon. ‘In de tijd van Yokohama, en trouwens nog steeds, was dat de driedimensionale logistiek van mensenstromen, infrastructuur, enzovoort, en de invloed die dit heeft op de vorm van een gebouw. Ons gebouw in Yokahama gaf een goed antwoord op die vraag, precies op het juiste moment.’ Hoewel het landschappelijke uiterlijk van Yokohama dus slechts een bijeffect was van het onderzoek naar vervoersstromen, is de vormgeving van veel latere ontwerpen van andere architecten schatplichtig aan FOA’s cruise terminal. Snøhetta’s Opera in Oslo, een groot aantal ontwerpen van PLOT (sinds 2006 gesplitst in BIG en JDS), zelfs de Howard Hughes Medical Institute in Ashburn, Virginia van Rafael Viñoly: zonder Yokohama hadden ze er waarschijnlijk anders uitgezien. Ook FOA zelf lijkt hun succesvolle idee regelmatig her te gebruiken, al gruwt Moussavi bij die suggestie: ‘wij vinden het belangrijk om innovatief te blijven, en geen huisstijl te ontwikkelen’, zegt ze. ‘Het landschappelijke element komt terug in een aantal van onze projecten, maar niet in allemaal. We zijn onder andere geïnteresseerd in de relatie tussen het gebouw en zijn context. We interpreteren die relatie op verschillende manieren, en soms is dan een gevolg daarvan dat het gebouw eruit ziet als een landschap.’

Maar goed, huisstijl of niet, de vormentaal van de mall, met golvende groene daken, sluit goed aan op de begroeide heuvels in de directe omgeving. Istanbul ondergaat momenteel, na een korte economische dip in 2001-2002, een hausse aan bouwactiviteiten. Ook nieuwe malls schieten als paddenstoelen uit de grond. De meeste nieuwbouw verrijst aan de Europese zijde van de stad. Daar zijn de hoge kantoorgebouwen, de monumenten, de toeristen en de grote stadsproblemen. De Meydan mall ligt aan de Aziatische zijde van de Bosporus, in de woonwijk Ümraniye aan de rand van de bebouwde kom. Dit deel is relatief schoon en rustig: dagelijks forenzen twee miljoen werknemers over een van de twee bruggen over de Bosporus naar hun werk in het stadscentrum aan de overzijde. In de directe omgeving van de mall domineren eindeloze rijen middelhoge appartementengebouwen, regelmatig onderbroken door de slanke hoge minaretten van moskees. Maar vanaf de hogere delen van de mall zie je dat die bebouwing al gauw ophoudt. Dat vindt Moussavi een van de meest geslaagde onderdelen van het project: ‘Ik vind het mooi dat je de hellingbanen op kunt lopen en dan een mooi uitzicht hebt over de omgeving. Het is net een belvedere’.

Ook tevreden is Moussavi over de grillige opzet van het complex. Een plein vormt het centrum van de mall. Daarom heen vouwen de winkelpuien zich in allerlei hoeken, zodat uitlopers ontstaan die zich geleidelijk vernauwen tot een van de vele in- en uitgangen. ‘We hebben uitgebreide ervaring met winkelcentra in Groot Brittanië’, zegt Moussavi, ‘en daar is elke hoek van een mall helemaal uitgedokterd, vanuit economisch oogpunt. Het enige wat telt is de zichtbaarheid van de winkelpuien. Aziaten zijn daar heel goed in, hun adviezen vinden ontwikkelaars heel belangrijk. Maar in Istanbul was nergens zo’n adviseur te bekennen. Daardoor konden we de winkelpuien alle kanten opvouwen die we wilden, met als gevolg dat sommige winkels niet direct op het centrale plein uitkijken. In Groot Brittanië zouden ontwikkelaars klagen dat zulke winkels onverhuurbaar zijn, maar in Istanbul was dat geen enkel probleem. En nog zoiets: in Groot Brittanië worden de winkelpuien niet door de hoofdarchitect ontworpen. Iedere winkelketen ontwerpt zijn eigen pui, met als gevolg een ratjetoe aan kozijnen en etalages. In Istanbul hebben we alles zelf ontworpen, waardoor het een coherent geheel is geworden.’

Daarin heeft ze gelijk, maar niet elk onderdeel is zo geslaagd. Het complex is redelijk netjes uitgevoerd in vergelijking met andere recente malls in Istanbul, waaronder de Canyon Shopping Mall door Jerde Partnership (zie Mark #5), maar toch zijn sommige details rommelig uitgevallen. De boeiborden en plafondplaten van de daken zijn weinig nauwkeurig gemonteerd. Die slordigheid verraadt zich vooral in de onregelmatige naden tussen de panelen. Volgens het ontwerp hadden de platen onzichtbaar aan elkaar gelast moeten worden, maar dat heeft FOA er niet doorheen gekregen. Ook de rode bakstenen waarmee het plein en de toegangsstraten zijn geplaveid, zijn niet bepaald van de hoogste kwaliteit. Ze vertonen her en der zoutuitslag, die pas over een aantal jaar verdwenen zal zijn. Moussavi heeft de steen niet zelf uitgezocht, zegt ze. ‘Als je in het buitenland werkt, zijn er zaken die je niet in de hand hebt. Sommige dingen kan je specificeren, maar dat betekent nog niet dat ze ook worden uitgevoerd. Aan de andere kant ben ik heel blij dat het gebouw goed functioneert. Het concept is zo sterk dat het werkt, onafhankelijk van de invulling. Het is een heel aangename, besloten publieke ruimte, een stedelijk centrum voor de bewoners in de buurt.’

Juist dat laatste is dus discutabel. Het complex oogt weliswaar als een zorgvuldig vormgegeven openbare ruimte, maar niets is minder waar. Dat merk ik opnieuw als ik een van de groene heuvels probeer te beklimmen, en een bewaker me voor de tweede keer terugfluit. ‘Het is zeker de bedoeling dat bezoekers over de grasdaken kunnen wandelen’, reageert Moussavi als ik haar dat voorleg, ‘en het is merkwaardig dat je werd teruggefloten toen je ze wilde beklimmen. Maar hetzelfde gebeurde in Yokohama. Het golvende dak was bedoelde als openbaar terrein, maar snel na de oplevering verschenen er al bordjes waarop stond dat het dak verboden toegang was, omdat de persoonlijke veiligheid niet kon worden gegarandeerd. Maar de mensen negeerden ze, zelfs in Japan. Na verloop van tijd verdwenen de bordjes weer. Nu kan iedereen gaan en staan waar hij wil.’ Als dat de definitie is van openbare ruimte – dat iedereen kan gaan waar hij wil – dan voldoet de mall daar niet aan. Maar wie door de pretentie van openbaarheid heen kijkt, ziet een mooi vormgegeven koopparadijs. Met een uitstekende beveiliging.