Mark: "Kreukelzone" (augustus/september 2007)
Showroom Citroën in Parijs (Manuelle Gautrand)


          

De nieuwe showroom van Citroën in Parijs, naar een ontwerp van Manuelle Gautrand, ziet eruit alsof ‘ie zojuist een crash test heeft ondergaan.
 
Tekst David Keuning
Foto's Philippe Ruault

Manuelle Gautrand lijkt in haar nieuwste projecten een opmerkelijke voorliefde voor gekreukelde façades te ontwikkelen. Niet alleen de showroom van autofabrikant Citroën in Parijs ziet eruit alsof ‘ie zojuist een crash test heeft ondergaan, ook het hotel voor Oskar Jensen in Kopenhagen en het kantoorgebouw Black Crystal in Amsterdam (beide zijn in ontwikkeling) hebben het uiterlijk van een verfrommelde prop papier. ‘Eigenlijk vind ik het helemaal niet leuk om hetzelfde idee twee keer uit te werken’, zegt Manuelle Gautrand. ‘Maar in bijvoorbeeld het geval van de Black Chrystal was de opdrachtgever helemaal weg van mijn ontwerp voor Citroën, en wilde hij iets soortgelijks. Die overeenkomst is bijna tegen wil en dank.’

Terwijl de showroom aan 42 Avenue des Champs-Elysées dus ongewild het begin vormt van een herkenbare vormentaal van Gautrand, staat het gebouw tegelijkertijd in een lange traditie: niet alleen van Citroën, maar ook van de Champs-Elysées als vestigingsplaats voor flagshipstores van autobedrijven. Het perceel is sinds 1927 in bezit van Citroën en heeft decennia lang plaats geboden aan hun belangrijkste showroom, monumentaal vormgegeven in de moderne stijl. Toen moederbedrijf PSA in de jaren tachtig financieel in zwaar weer terecht kwam, besloot het de dure locatie voor twintig jaar te verhuren aan een restaurantketen, die het bestaande gebouw onherstelbaar aantastte. Vlak na de eeuwwisseling begonnen veel andere merken hun showroom aan de avenue grondig te verbouwen. Toyota nam Ora Ïto in de arm, Franck Hammoutene nam de vestiging van Renault onder handen. Citroën vond dat het niet achter kon blijven. In 2002, twee jaar voordat het huurcontract met de restaurantketen zou aflopen, organiseerde het een ontwerpwedstrijd voor een nieuw gebouw. Aan de eerste ronde, die bestond uit een ideeënprijsvraag, deden zo’n veertig bureaus mee. In de tweede ronde, waarin een compleet ontwerp werd verlangd, bleven nog vijf bureau’s over. Behalve Gautrand waren dat Zaha Hadid, Christian de Portzamparc, Jacques Ferrier en Christian Biecher. Daniel Libeskind ging ook door naar de tweede ronde, maar hij maakte die niet af.

Het programma van eisen omvatte niet meer dan twee A4-tjes. ‘In tegenstelling tot de showrooms van andere merken aan de avenue wilde Citroën geen rare toevoegingen die alleen tot doel hebben mensen het gebouw binnen te trekken’, zegt Gautrand. ‘Bij bijvoorbeeld Toyota en Renault wordt een groot deel van de ruimte in beslag genomen door cafés of restaurants, maar dat is saai. Als je in Parijs naar een café of een restaurant wilt, ga je immers niet naar Renault. Citroën wilde het tegenovergestelde: een ruimte die slechts gewijd is aan auto’s, en die alleen door zijn vormgeving mensen verleidt er tijd in door te brengen.’

Gautrand’s winnende ontwerp stoelt op twee centrale ideeën: die van een etagère met acht plateaus voor auto’s en die van een glazen envelop als gevel met daarin verwerkt de chevron, het logo van Citroën. ‘Je zou inderdaad denken dat ze dat een goed idee vonden, hun logo als onderdeel van het gevelontwerp, maar het heeft me nog heel wat overtuigingskracht gekost om het zo te krijgen’, herinnert Gautrand zich. ‘Ten eerste wilde ik dat, naast het logo, het woord Citroën nergens op de gevel te zien zou zijn. Dat was even slikken voor ze, temeer daar in hun beroemde showroom uit 1927 het woord levensgroot boven op de gevel prijkte. Ten tweede heeft de chevron niet helemaal exact dezelfde verhoudingen als de officiële, en speel ik er bovendien een spel mee: alleen de onderste is dubbel, zoals het hoort, en naar boven toe worden ze enkel en vervormen ze ook nog eens. Eenzelfde spel van deformatie speel ik met de spiegels onder aan de plateaus van de etagère. Die zijn uitgevoerd met diamantachtige facetten, waardoor ze auto’s eronder gefragmenteerd weerkaatsten. De mensen van Citroën waren in eerste instantie bang dat die gefragmenteerde weerspiegeling geen recht zou doen aan de weldoordachte perfectie van de auto-ontwerpen, maar het spreekt voor ze dat ze me op al die punten mijn gang hebben laten gaan.’

Gautrand wilde de huiskleur van het bedrijf, het signaalrood dat ook in het logo zit, prominent laten terugkeren in de gevel. Ze vond de conservatieve Parijse monumentenzorg echter niet aan haar zijde. De felle kleur, gerealiseerd door een rode folie gelamineerd tussen twee lagen glas, is daarom getemperd door een witte, translucente laag isolatie tussen de folie en de buitenste glasplaat aan te brengen. De verrassing is daardoor des te groter als je het gebouw instapt, en het rood uit de gevel je van achteren alsnog tegemoet knalt. Het interieur is verder helemaal wit, behalve de etagère die eveneens signaalrood is. In de kelder is het omgekeerd: daar domineert het rood. De multimediaruimte die er te vinden is, voorzien van veel televisieschermen, vergt een donkerder omgeving dan het felle licht van de verdiepingen erboven.

De voornaamste functie van het gebouw is het tonen van auto's, en Gautrand zegt dat de ronde vormen van het gebouw zelf zijn geïnspireerd op de vloeiende vormen van een auto. Die beeldspraak brengt het beroemde essay van Roland Barthes over de DS in herinnering, waaraan Citroën wellicht een deel van zijn cultstatus te danken heeft. In zijn boek Mythologies (1957) schrijft hij: ‘The Déesse is obviously an exaltation of glass, and pressed metal is only a support for it. Here, the glass surfaces are not windows, openings pierced in a dark shell; they are vast walls of air and space, with the curvature, the spread and the brilliance of soap bubbles...' Die uitspraak is deels ook van toepassing op de showroom van Gautrand. Maar hoewel het gebouw inderdaad geen object is met een duidelijk te onderscheiden voorkant, dak en achterkant, doet de gevel desondanks ook niet direct denken aan de vloeiende lijnen van een auto die net de fabriek heeft verlaten. De gekreukelde gevel lijkt eerder te zijn ontstaan door een esthetische crash test, uitgevoerd door een edelsmit met een klophamertje. Hoeveel heeft Gautrand persoonlijk eigenlijk op met de automobielindustrie? 'Ik rijd zelf geen Citroën', zegt ze desgevraagd. 'Ik vind Citroën een fantastisch bedrijf, en vooral hun concept cars zijn waanzinnig. Maar in mijn eigen leven spelen auto's maar een marginale rol. Ik woon en werk midden in Parijs, en daar heb je niet zoveel aan een auto'. Misschien heeft ze meer met de luxe modewinkels op dezelfde Champs-Elysées: de verfijnde kreukels maken van nummer 42 een boutique voor auto's.