Architecten in Nederland: "H.P. Berlage" (2005)
Biografie (H.P. Berlage)


    

‘Berlage ging terug tot het oer-begrip van bouwen,’ schreef architect J.J.P. Oud in 1960 in Elseviers Weekblad om diens Amsterdamse beurs te behoeden voor sloopplannen. ‘Wij zouden niet meer (zoals Berlage deed) kamers met uitsluitend baksteenwanden maken, alleen om der wille van het eerlijk tonen van de constructie. Maar dit doordringen tot de kern van het bouwen hebben we van Berlage geleerd.’

Met deze woorden benadrukt Oud de positie van Berlage als aartsvader van de moderne Nederlandse architectuur, door de radicale breuk die hij maakte met de 19de-eeuwse neostijlen en de sobere, rationalistische architectuur die hij daarvoor in de plaats stelde. Hoewel zijn tijdgenoten het met die waardering niet allemaal eens waren (bijvoorbeeld M. de Klerk en Th. van Doesburg vonden de architectuur van Berlage al in 1916 volkomen achterhaald), is deze positie van Berlage nog altijd nauwelijks omstreden.

Hendrik Petrus Berlage ging in 1874 naar de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam, maar na een jaar vertrok hij naar Zürich om bouwkunde te studeren aan de Eidgenössische Polytechnikum. Daar onderwees onder andere architect J.J. Stadler hem in de theorieën van G. Semper, die een belangrijke invloed op hem hadden. Na het behalen van zijn architectendiploma in 1878 maakte hij een 2-jarige studiereis door Duitsland en Italië, in 1881 gevolgd door een aanstelling als architect op het Amsterdamse bureau van Th. Sanders. In 1884 werd hij diens compagnon, totdat hij zich in 1889 vestigde als zelfstandig architect.

In de jaren die volgden onderzocht Berlage aan de hand van de ideeën van Semper en E.E. Viollet-le-Duc alternatieven voor de neorenaissancestijl waarin hij tot dat moment had ontworpen. Dit culmineerde in 1893 in zijn lezing Bouwkunst en Impressionisme, een jaar later gepubliceerd in het tijdschrift Architectura. Daarin betoogde hij dat architecten moesten ophouden met het ‘gescharrel met vroegere vormen’ en zich moesten concentreren op een vereenvoudigde bouwkunst die aansloot op de moderne samenleving. In hetzelfde jaar begon hij met het maken van decoratieve ontwerpen in de stijl van de nieuwe kunst, waarmee hij architectuur en kunstnijverheid met elkaar wilde integreren. Met dit streven voelde hij zich goed thuis in de radicaal progressieve beweging van Negentig, die bestond uit katholieke mystici en socialisten die voor kunst een belangrijke maatschappelijke rol zagen weggelegd.

Berlages eerste grote opdracht was de Koopmansbeurs in Amsterdam (1898-1903), die samen met zijn laatste grote werk, het Gemeentemuseum in Den Haag (1931-35), tot zijn belangrijkste gebouwen wordt gerekend. Andere belangrijke werken van zijn hand zijn het kantoorgebouw voor de Algemeene Nederlandsche Diamantbewerkers Bond in Amsterdam (1899-1900), het Holland House in Londen (1914) en jachtslot Sint-Hubertus op de Hoge Veluwe (1914-20).

Berlage ontwierp behalve architectuur ook meubels en andere kunstnijverheidsproducten, die aan dezelfde, op de constructie gebaseerde vormgevingseisen moesten voldoen als zijn gebouwen. In 1900 was hij medeoprichter en directeur van atelier ’t Binnenhuis, waar huisraad werd ontworpen, vervaardigd en verkocht. Ook heeft hij een belangrijke rol gespeeld in de sociale woningbouw en stedenbouw. Hij ontwierp onder meer tweemaal een uitbreidingsplan voor Amsterdam Zuid, waarvan het tweede (1915) grotendeels werd gerealiseerd. [DK]