Het Parool: "Liefst contrastrijke restauraties" (12 juni 2008)
Graphic Design Museum Breda (Hans van Heeswijk)


  

Koningin Beatrix opende gisteren museum de Beyerd voor grafische vormgeving in Breda, naar een ontwerp van de Amsterdamse architect Hans van Heeswijk. Het gebouw vormt een voorproefje van de Hermitage aan de Amstel, van dezelfde architect.

David Keuning

Het museum voor grafische vormgeving in Breda is niet enorm groot, maar het maakt een ruimtelijke indruk. Bezoekers die het zeventiende-eeuwse poortgebouw (oorspronkelijk een pesthuis, later een gasthuis) binnenlopen, wacht een hoge, lichte hal met veel glas. Een wenteltrap verbindt de drie zalen voor de vaste overzichtstentoonstelling in de kelder met de drie zalen voor wisselexposities op de begane grond. Beneden omsluiten de drie vertrekken een auditorium, boven een met grijs natuursteen geplaveide binnenplaats. Het glas, staal en steen vormt een sterk contrast met de kloosterachtige architectuur van het poortgebouw. Architect Hans van Heeswijk kiest duidelijk liever voor confrontatie dan voor aanpassing.

Is dit de aanpak die we ook mogen verwachten in de Hermitage?
Ja. Beide musea zijn verbouwingen van historische monumenten, en de contrasterende architectonische aanpak is vergelijkbaar. Maar verder zijn er vooral verschillen. De Hermitage vier keer zo groot. Behalve tentoonstellingsruimtes komen er een Russisch cultuurcentrum, twee winkels, een studiecentrum, een auditorium, vergaderfaciliteiten en een restaurant. Verder is de Hermitage een tentoonstellingsgebouw, zonder eigen collectie. De depots zijn in St. Petersburg. De Beyerd heeft wel een eigen collectie, en dus ook een depot. Maar het belangrijkste verschil vormen de tentoongestelde objecten zelf: grafisch werk in Breda, klassieke kunst in Amsterdam.

Komt dat verschil ook tot uitdrukking in de architectuur?
Dat hoop ik wel, ja. Drukwerk is ontzettend teer en fijngevoelig. Denk maar aan postzegels of oude affiches. Om dat goed tot zijn recht te laten komen, hebben we geprobeerd om het interieur in Breda zo abstract en grafisch mogelijk te maken. Er zit ook geen kleur in het gebouw. Het is allemaal grijs-wit. Voor de Hermitage hebben we min of meer klassieke museumzalen ontworpen. De grote zaal krijgt een getoogd plafond met een daklicht in het midden. Daarom heen zijn kabinetten met gewone buitenramen. In Breda is direct invallend daglicht uit den boze. Drukwek heeft als nare eigenschap dat het papier vergeelt en daarna verpulvert, en dat de inkt verbleekt, als je er niet zorgvuldig mee omspringt. De luchtvochtigheid moet schommelen tussen de 45 en 50 procent. Die marges zijn veel kleiner dan normaal. Je moet je maar eens voorstellen wat er gebeurt als er een schoolklas met natte regenjassen de zaal binnenkomt. Dat betekent dat er veel ventilatie is, en dat alle zalen afgesloten zijn van de gangen en de foyer. Je mag de deuren niet open laten staan, wat je eigenlijk wel zou willen in een museum.

Wat is volgens u een goed museumgebouw?
Een goed museum heeft een heldere logistiek, zodat bezoekers zich snel kunnen oriënteren en zonder uitleg weten waar ze heen moeten. Dat zorgt ervoor dat mensen zich thuis voelen. Bij bestaande gebouwen, zoals de Hermitage en de Beyerd, is dat moeilijker te realiseren dan bij nieuwe gebouwen. We hebben daarom, zowel in Breda als in Amsterdam, lange zichtlijnen in de gebouwen aangebracht: deuren liggen zoveel mogelijk in elkaars verlengde. Daardoor zie je direct hoe de belangrijkste ruimtes aan elkaar gekoppeld zijn. In de Hermitage hebben we om die reden ook grote stukken vloer weggebroken. Ruimtelijkheid is een voorwaarde voor een heldere oriëntatie, en het zorgt ervoor dat het museum aan de binnenkant veel lichter zal zijn dan je aan de buitenkant vermoedt.

U had tot nu toe nog niet veel ervaring met musea. Waarom zijn deze twee prestigieuze opdrachtgevers bij u terecht gekomen?
Ik ben al vanaf 1985 huisarchitect van de Beyerd. We hebben sindsdien verschillende grotere en kleinere verbouwingen gedaan, en we kennen het complex dus door en door. Verder hebben we in Amsterdam een paar museale ruimtes verbouwd die ook monument zijn: de Zuiderkerk tot Gemeentelijk Informatiecentrum en het oude gebouw voor het IJkwezen aan de Brouwersgracht tot kantoor en tentoonstellingsruimte voor het fonds BKVB. Op het moment dat de Hermitage een architect zocht, hadden we dus al wat relevante ervaring opgedaan. De adviescommissie van de Hermitage, bestaande uit drie voormalige museumdirecteuren, had een lijstje gemaakt met drie architecten uit drie verschillende generaties, en daar stonden wij op. Toen hebben we een paar gesprekken met ze gevoerd en uiteindelijk hebben ze ons gekozen.

De vormentaal van uw architectuur is meestal uitgesproken modern en industrieel. Maar dat weerhoudt u er blijkbaar niet van om met veel plezier aan een monument te werken.
Nee. We hebben ontdekt dat je restauraties beter kunt doen op een contrastrijke manier dan in een soort van aanpasarchitectuur. Als de tegenstellingen benadrukt, dan blijf je door het verschil tussen oud en nieuw het oorspronkelijke gebouw goed waarnemen. Als je daar in een aanpasarchitectuur iets nieuws in zou bouwen, dan weet je straks niet meer wat oud en wat nieuw is. Dan verknoei je dus het monument. De moderne vormentaal van ons bureau gaat daardoor juist heel goed samen met een oud gebouw. We hebben dat nu al een aantal keren gemerkt, en dat houden we dus nog maar even vol.