Het Parool: "Het wilde is er wel een beetje vanaf" (25 augustus 2001)
Bouwexpo 2001 in Almere (Carel Weeber)


  

De woonwijk Gewild Wonen in Almere is de eerste voorzichtige testcase voor het Wilde Wonen van architect Carel Weeber. Maar echt tevreden is hij niet. ‘Het is keurig aangeharkt, grote verschillen zijn gemeden. De gemeente heeft alles geregisseerd.’

David Keuning

Een protest tegen de eenvormigheid van Vinexwijken moest het worden. De woonwijk Gewild Wonen in Almere, die van 13 tot 23 september de derde Bouwexpo vormt en geopend wordt door koningin Beatrix, is de eerste voorzichtige testcase voor het Wilde Wonen van architect Carel Weeber. Het is een strak geregisseerde woonwijk geworden, die ondanks alle keuzevrijheid niet aan de Nederlandse regelzucht heeft kunnen ontsnappen. Maar de bewoners zijn tevreden. “Het is een wat betere wijk, met beter publiek,”zegt Marjolein Meekel. Met haar broer Hans legt ze laminaat in haar met terracotta tegels beklede huis. Bij de naam Carel Weeber fronst ze de wenkbrauwen: nooit van gehoord.

Het Gewilde wonen is een getemde versie van het Wilde Wonen van Carel Weeber. In de inleiding van zijn boek met dezelfde titel schreef hij in 1998: “Het is een protest tegen het gebrek aan verschil, tegen het tot nu toe gereproduceerde, eenvormige leefmilieu van de Vinexlocaties op voormalig boerenland, dat voor een appel en een ei werd opgekocht door projectontwikkelaars. Het is tegen starre overgereglementeerde blauwdrukplanning, waarvan het resultaat steeds afkomstig lijkt van dezelfde rol versierd pakpapier: overal dezelfde dichtheid, dezelfde stedenbouwkundige grappen, dezelfde singeltjes, rijtjes en blokjes, dezelfde plattegrondjes en tuintjes, dezelfde kneuterigheid.”

De gemeente Almere voelde zich aangesproken en besloot na de Muziekwijk en de Filmwijk een derde Bouwexpo te organiseren met Weebers kritiek in het achterhoofd. Op zestien deelgebieden mochten bekende en minder bekende architecten woonhuizen ontwerpen, waarop de bewoners invloed konden uitoefenen.

Het meest opvallende resultaat zijn de woonboten van het Leidse kantoor Verheijen Verkoren De Haan. Uit diepe betonnen bakken verrijzen hoge witte stuurhutten van drie verdiepingen, die een piepkleine basiswoning bevatten. De bewoners mochten de rest van de bak naar eigen inzicht afbouwen. “Ze moeten over het ontwerp wel overleggen met de gemeente, maar die zal soepel naar de plannen kijken”, belooft architect Albert Kingma.

Demontabel
Ook de veelkleurige vrijstaande woonhuizen van Laura Weeber (de dochter van) passen goed in het concept van de woonwijk. Weeber ontwierp een basiswoning van drie modules met een schuin dak, die aan de voor- en achterzijde met één tot drie modules uit te breiden is. In theorie ook na de oplevering, want de kopgevels bestaan uit demontabele houten puien. Het levert een mooi ritme van vooruitstekende voor- en achtergevels op. De tuinhekjes aan de voorkant bieden minder afwisseling. De hele rij heeft dezelfde zwart stalen erfafscheiding. “Die hebben we van de gemeente gekregen,” zegt bewoonster Marianne Heidstra, “en we krijgen er ook allemaal dezelfde heggen bij. Mooi hè?”

Antje de Groot, adjunct-directeur van Trebbe Bouw, is ervan overtuigd dat dit soort woningbouw op den duur de helft van de bouwopgave wordt. Maar ze denkt niet dat de keuzemogelijkheden voor bewoners veel verder zullen groeien dan in deze wijk het geval is. Want één ding is haar wel duidelijk geworden tijdens dit project: “Je moet toekomstige bewoners niet teveel vrijheid geven in het ontwerp. Daar verzuipen ze in.”

Voor de huizen die Trebbe heeft neergezet, zou de onoplettende architectuurliefhebber zijn neus ophalen. De buitenkant is niet bepaald opwindend, onder andere doordat de betonnen randen die in het oorspronkelijke ontwerp de gevels sierden, zijn wegbezuinigd. Maar het interieur is zeer ingenieus. Het rechte blok is opgedeeld in basismodulen van vijf bij zes meter. De toekomstge bewoners mochten zelf kiezen hoeveel modulen hun woningen zouden beslaan. Zo zijn bizarre plattegronden ontstaan, die als een ruimtelijke puzzel in elkaar grijpen. Geen enkele woning is hetzelfde. De kleinste, die van Marjolein Meekel, meet zestig vierkante meter. De grootste is drieëneenhalf keer zo groot.

Veel huizen op het expoterrein zijn ondanks de wilde plannen precies hetzelfde geworden. De architectonisch zeer verantwoorde woningen van Ben van Berkel, dezelfde architect aks van het veelgeplaagde winkelcomplex bij de Kolk in Amsterdam, zijn aan de buitenkant in niets van elkaar te onderscheiden. De reden: in tegenstelling tot de huizen van Laura Weeber, die gewoon een puntdak hebben, zijn deze zwarte woningen met platte daken nauwelijks verkocht. Ze spreken niet aan bij het publiek. De aannemer moest ze toch afbouwen, en heeft toen alle woningen maximaal uitgebreid. Hetzelfde geldt voor de helft van het blok van BBHD. Woningstichting WVA vond niet op tijd voldoende bewoners die wilden meedoen aan het experiment, en bouwde het blok af met identieke boven- en benedenwoningen.

Aangeharkt
“Het is nu nog teveel architectuur voor architecten”, verklaart Carel Weeber de geringe belangstelling voor sommige projecten. “De architectuur voldoet niet aan de smaak van de bewoners. Ik zie het Gewilde Wonen als een tussenfase, als een overgang naar een liberalere markt. Wat mij stoort, is dat het beeld van wijk nog steeds is bepaald door projectontwikkelaars in plaats van door bewoners. De huizen staan per corporatie bij elkaar, terwijl ze door elkaar moeten staan. Het is keurig aangeharkt, grote verschillen zijn vermeden. De gemeente heeft alles geregisseerd. We zijn er absoluut nog niet.”

De eerste huizen die de bezoeker te zien krijgt als hij de wijk inrijdt, zijn woningen van het Amsterdamse architectenbureau Claus en Kaan. Ze verschillen van buiten weinig van een gemiddeld rijtjeshuis in een gemiddelde woonwijk. Toonde het oorspronkelijke ontwerp een basiswoning op de eerste verdieping met een geheel vrij te bebouwen begane grond en dak, de keuzemogelijkheden zijn uiteindelijk beperkt tot een paar voorbeeldplattegronden en vijf geveltypes, die weinig van elkaar verschillen. “De gemeente heeft het oorspronkelijke ontwerp afgekeurd,”zegt bewoner Paul Teurlings. “Het was veel te revolutionair met al die vrije dakopbouwtjes. Het is wat minder spectaculair geworden en dat geldt eigenlijk voor de hele wijk. Het wilde is er wel een beetje vanaf. Als achter het huis een schutting op de steiger wordt geplaatst in de verkeerde kleur, dan mag het al niet. Het blijft Nederland, hè.”

De Bouwexpo van Almere wordt op 13 september geopend.